Burgerjournalistiek of publieke conversatie?
Om een debat te starten over de toekomst van de journalistiek moet eerst een definitie opgesteld worden. Wat is journalistiek? Wie is journalist? ‘Het begrip journalist is net als het begrip tijd; het laat zich niet omschrijven’, zie ooit Nederlands minister Ballin. Wikipedia leert ons dat Journalistiek te omschrijven is als het beroepsmatig verzamelen van meestal nieuwe of actuele gegevens, ze bewerken en met enige regelmaat publiceren voor het publiek in het algemeen of voor bepaalde publieksgroepen. Daarbij gaat het om gegevens die van meestal algemeen belang zijn, waarbij met name onderwerpen als politiek, economie en veiligheid worden gevolgd, benevens plotselinge sterk negatieve en in mindere mate positieve verschijnselen (bijvoorbeeld ongelukken). Actueel en publiceren lijken ons hier belangrijk. Vooral met de term beroepsmatig hebben we een probleem. Er zijn namelijk beroepsjournalisten en burgerjournalisten. Zijn burgerjournalisten dan geen journalisten?
Een beroepsjournalist is een kritisch persoon die beroepshalve volgens deontologische regels een verhaal vertelt. Ze stellen alles in vraag. Ook zichzelf en de toekomst van hun beroep? Of klampen ze zich aan hun verworven rechten vast? Voor burgerjournalisten bestaan geen echte deontologische regels of objectiviteitsvoorwaarden, maar ook zij gaan op zoek naar (hun) waarheid. Ze zijn dikwijls zelfs nog kritischer en vrijer in hun meningsuiting. Volgens sommige klassieke strekkingen is burgerjournalistiek niets meer dan een chique woord voor ‘publieke conversatie’. Heel wat beroepsjournalisten kijken neer op hun burgercollega’s. Uit zelfbehoud? Het journalistenwereldje loopt over van ego’s, die het alleenrecht zouden hebben op de waarheid. Ook hier is het dikwijls hun waarheid. Misschien moeten we alle mensen die een non-fictie verhaal brengen, op tv, radio, internet of gedrukt, maar over dezelfde kam scheren. Reporter lijkt me dan een beter woord dan journalist. Natuurlijk brengt menig internet/burgerreporter veel meer dan het digitale equivalent van een conversatie aan de dorpspomp, en is beroepsjournalistiek niet altijd : waarheidszoekend, feiten checkend, hoor en wederhoor toepassend. Iedereen heeft een verhaal te vertellen en heeft dat recht en soms de morele plicht dat te doen. Beroepsjournalisten worden ervoor betaald, de anderen niet. Is het echt zo simpel?
Internetjournalisten zitten tussen twee vuren. Ze behoren niet tot de klassieke journalisten maar zijn ook niet de burgerreporters. Deze tak van de journalistiek is behoorlijk optimistisch over de toekomst. Hoewel de online-reporters beseffen dat hun businessmodel nu niet werkt, is volgens een Amerikaans onderzoek 40% overtuigd dat online-nieuws in de toekomst zelfbedruipend zal zijn. Reclame zal volgens 65% de bron van inkomsten zijn, terwijl slechts 7% het heeft over abonnementsgelden. 54 % van de online-reporters denkt echter dat het de verkeerde richting uitgaat met hun beroep, terwijl in de traditionele media 62% pessimistisch is. Een groot deel van de internetjournalisten geeft wel toe dat ze slordiger zijn en lossere normen hanteren dan hun klassieke collega’s.
Axel
